Veel internationaler dan Rotterdam is het niet gauw. Zij kozen ervoor om hier te werken. En waarom? Dat vragen we aan Excelsior-speler Casper Widell, kok Marouane Dekaoui, expat-vraagbaak Satsita Usmaeva en fotorestauratoren Virginia Morant Gisbert en Milene Trindade.
———————
Casper Widell verliet drie jaar geleden Zweden om bij Excelsior Rotterdam verder te werken aan een internationale voetbalcarrière. Hij schopte het dit seizoen tot aanvoerder van de club en is zo verliefd al op de stad dat hij stiekem droomt van een huis voor later.
,,Kijk, deze tattoo op mijn onderarm is gemaakt naar een foto waarop ik als kleine jongen sta afgebeeld. Een voetballertje met nummer 17 op zijn rug dat in een stadion droomt van een toekomst bij Manchester United…”
Wie weet wordt dat ooit zijn toekomst, maar als eerste streek de voetballer uit het Zuid-Zweedse Landskrona neer op het veld van Excelsior. Hij wijst op een stip op een tweede tattoo op dezelfde onderarm. ,,Daar, op het zuidelijke puntje van Zweden tegenover Kopenhagen, ben ik opgegroeid met een broer die twaalf maanden ouder is en ook voetballer is en een twee jaar jonger zusje. We komen uit een hecht gezin, ik heb fijne herinneringen aan mijn jeugd.”
Als jochie trapte hij zijn eerste balletjes bij het lokale IK Wormo. Toen kwam Helsingborgs IF dat hem als 13-jarige inlijfde voor de jeugdopleiding, waarna hij in diverse jeugdteams zijn land mocht vertegenwoordigen. Drie jaar zat hij in de selectie van Helsingborgs tot zijn manager belde dat er interesse in hem was vanuit een leuke eredivisieclub in Nederland. ,,Amsterdam, ja dat kende ik wel. Maar Rotterdam? Ik wist iets van het bombardement, verder had ik geen idee van deze stad.”
In 2023 kwam hij aan in die grote onbekende havenstad, tekende voor drie jaar bij de club op Woudestein en plakte er recent nog een jaar aan vast. ,,Fijne club, fijn jong internationaal team. Dat de club niet zo groot is, heeft voordelen. Iedereen kent elkaar, je maakt makkelijk vrienden. Er heerst ook veel honger naar verbetering en naar leren. Dat voel je bij iedereen, inclusief mijzelf. Ik ben 22, heb de kans gekregen om een leidersrol op me te nemen. Vorig seizoen vice-aanvoerder, nu de aanvoerder. It feels good…”
Dat gaat ook op voor die stad aan de Maas waar hij graag langs de rivier wandelt, uren door zijn wijk – het Scheepvaartkwartier – en het centrum zwerft en zittend op een bankje aan het water het hoofd leegmaakt. ,,In mijn hoofd ben ik veel met het voetballen bezig. De wedstrijd analyseren, momenten terughalen. Wat gebeurde er? Ik wandel veel.
De stad is groot, maar niet erg busy. Er heerst een vriendelijke atmosfeer en het is creatief met alle architectuur en musea. Oud en nieuw bij elkaar, amazing hoe mooi dat is. Er zijn veel dingen om te doen, wat ook gebeurt als mijn familie op bezoek is. Ze komen regelmatig kijken als Excelsior thuis speelt.”
Voor een goeie koffie ploft hij graag neer bij grand café Loos of bij de Kralingse Plas. Uitwaaien doet Casper geregeld op de golfbaan, het helpt volgens hem om even niet aan voetballen te denken. Hij heeft een paar teammaten die ook graag een balletje slaan op die andere groene mat, zoals bij Seve of De Hooghe Rotterdamsche. ,,Golfen is één van de sporten die ik in mijn jeugd al deed. Tot ik een jaar of elf was en voetbal op één kwam. Hier speel ik vaak een rondje met Adam, ook uit Zweden, en met onze keeper Stijn van Gassel.”
Het leven in Nederland bevalt hem. ,,Jullie staan bekend als hele directe mensen. Zweden zijn gereserveerder, die gooien niet alles eruit. Ik vind het wel leuk juist, je weet meteen wat iemand vindt of denkt. Wat me nog meer heeft verbaasd? Hoeveel brood sommigen eten. En dat iemand van 34 nog elke dag melk drinkt, haha…”
Dan is er nog altijd die grote droom om ooit te voetballen voor die club aan de andere zijde van Het Kanaal. ,,Als je gemotiveerd en scherp blijft, dan kun je big goals bereiken. Daar geloof ik in. Als je werkt aan jezelf, dan kom je in nieuwe stadions en hopelijk ooit in dat van Manchester United. Maar eerst nog genieten van mijn tijd hier. Ik vind het zo fantastisch dat ik tegen mijn vrienden en familie heb gezegd dat ik hier over een paar jaar, of na mijn carrière in het voetbal, terugkom. In een eigen huis in Rotterdam, for sure…”

——————
Satsita Usmaeva is één van de gezichten van het Rotterdam International Center. Samen met haar collega’s zorgt ze ervoor dat expats een zachte landing in de stad krijgen.
In de one-stop-shop van het Rotterdam International Center aan het Weena is het ‘never a dull moment’. Expats uit alle windstreken die met koffers vol straight van Schiphol neerploffen om hun vragen af te vuren op Satsita en haar collega’s. Tot jonge toeristen die de stad na een paar daagjes ontdekken zo tof vinden dat ze willen weten hoe ze hier kunnen komen wonen en werken. ,,Helaas kunnen we die niet helpen, maar wel heel leuk dat ze Rotterdam te gek vinden,” zegt Satsita.
Zelf werd ze verliefd op die levendige Maasstad toen ze hier studeerde en daarna als student Tourism Management vanuit Brabant stage kwam lopen bij Rotterdam International Center. Ze bleef daarna in Etten-Leur maar pendelt liefdevol heen en weer voor wat haar betreft de leukste job die er is. ,,De mensen, al die nationaliteiten en culturen, ik houd ervan,” zegt Satsita, die als tweejarige peuter met haar familie vanuit Tsjetsjenië in Nederland belandde.
Ze spreekt vloeiend Engels, Nederlands en de taal van haar geboorteland plus redelijk Russisch en behoorlijk Frans. Met die basis kan ze goed uit de voeten om de nieuwkomers in de stad met eerste raad en daad bij te staan. ,,Vanuit de gemeente en de IND mogen wij een bepaalde doelgroep helpen. Dat zijn de kennismigranten, entrepreneurs, onderzoekers bij universiteiten, een deel van de studenten en Europese werknemers die in aanmerking komen voor de 30%-belastingregeling plus alle familieleden van deze doelgroepen,” zegt ze.
Het gaat om pakweg zo’n vijfduizend afspraken jaarlijks in de agenda, vaak een volledige customer journey. Mensen die Nederland binnenkomen of weer verlaten omdat hun opdracht erop zit en bijvoorbeeld hun verblijfsvergunning komen inleveren. Gelieerde vragen: waar kan ik mijn matras achterlaten? Terwijl bij de instromers juist vragen leven over waar een goede school voor hun kids en een Engelssprekende huisarts te vinden zijn.
,,We hebben samenwerkingen met meerdere partijen, zoals met twee gemeentewerkers die de registratie voor de BSN hier direct kunnen uitvoeren. Ook hebben we een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de IND, in huis voor de verblijfsvergunning. Rotterdam International Center is daarnaast onderdeel van Rotterdam Partners en van een groter team van International Trade and Invest. Daarin ligt de focus op buitenlandse bedrijven helpen die in deze stad een vestiging willen openen, de invest-tak, of bedrijven van hier die willen internationaliseren waar de collega’s van Trade bij helpen.”
Wat hebben ‘Internationals’ allemaal nodig voor een soft landing? Woonruimte natuurlijk. Satsita en haar collega’s hebben als de verbindende schakel contacten met allerlei dienstverleners. ,,Hypotheekadviseurs, schooladviseurs, makelaars, de drie internationale scholen, belastingadviseurs… Name it en het komt voorbij. Afhankelijk van nationaliteit en leeftijd duiken ook wel andere behoeftes op. Millennials – die komen vaak alleen met een rugzak in plaats van een hele inboedel – zijn benieuwd naar uitgaansplekken. Voor Aziatische gezinnen is school heel belangrijk. We proberen iedereen te begeleiden, maar de vrachtwagenchauffeur die binnenstapte op zoek naar een plek om te douchen helaas niet. Die enorme mix van mensen en vragen maakt het werk heel leuk.”
Voor al die expats en de bedrijven organiseren ze elk jaar een aantal events in de stad, zoals ‘Welcome to Rotterdam’ voor de ‘Internationals’ die het afgelopen jaar zijn neergestreken. ,,Gezellig, sociaal en tegelijkertijd lichten we dan een aantal Nederlandse gewoonten en gebruiken toe. Vorig jaar was dat de gezondheidszorg. Dat een Nederlandse huisarts een paracetamolletje adviseert, waar je in je eigen land vaak meteen een hele bodycheck ondergaat bij een bezoek, ja dat is voor sommigen wel heel erg wennen…”

———————
Marouane Dekaoui, geboren in een Marokkaanse familie in de regio Parijs, kookt als Head Chef samen met Executive chef Michael Verhagen in het nieuwe Calan Restaurant in het Haven Hotel alle smaken van de wereld. ,,De geuren van de soek, de kruiden uit mijn jeugd, ja… die proef je terug.”
Hij had een jaar of wat geleden een pop-up restaurantje in een galerie in Rabat, de stad waar het grootste deel van zijn Marokkaanse familie woont, en bedacht een spannend concept. Basis: kijk in de soek wat de vrouwen van het platteland vandaag op hun kleedje spreiden en ga daarmee aan de slag. ,,Het konden alleen twee kilo aardappels zijn, of wat groente en net geslacht nog warm kippenvlees. Het herinnerde me aan de tijd met mijn oma, al die rijke geuren, de dieren in de medina…”
Wat met hem meereisde in de afgelopen jaren waarin hij zijn culinaire talenten aan het ontwikkelen was, waren zeker ook de recepten van zijn grootmoeder die ze op haar beurt had doorgegeven aan haar dochter, de moeder van Marouane. ,,Soms bel ik haar: hoe deed je dit of dat ook alweer?”
Die rijke mix van smaken en culturen, hij houdt ervan. Misschien voelt hij zich daarom in zijn nieuwe koksfunctie in een stad waar meer dan 170 nationaliteiten wonen, wel als een vis in het water. Na jaren van leren, experimenteren en mooie projecten waarin hij kunst en koken samen liet borrelen, was daar plotsklaps de kans om in een nieuw restaurant te werken met een chef die zijn Michelinsporen – restaurant Fitzgerald – al had verdiend. ,,Mijn afgelopen jaren waren rock ’n roll, al heb ik eerder ook in de keukens van fine dining-restaurants gewerkt. Zo’n switch naar het andere spectrum, dat past mij wel.”
Wat het interessant maakt? Die multi-culti mix van fantastische flavours natuurlijk. ‘Le voyage de Calan’., heet het. Zo’n bacalao in combinatie met gerookte vette paling en wat arganolie – ‘Ik had net wat uit Marokko meegenomen -, dat is toch genieten. Of de kreeft met perzik en curry en, één van zijn eigen favorieten, de langzaam in spicy butter gegaarde bloemkool die met vanille, hazelnoot en ananas zijn oer-Hollandse jasje ruim van zich afschudt. ,,Michael, van Surinaamse oorsprong, en ik kunnen werkelijk úren praten over nieuwe combinaties en experimenteren. De keuken van Calan is gebaseerd op de rijkdom aan culturen hier waar we een fine dining-concept om heen bouwen. Luxe ingrediënten mixen met basic, zoals een amuse op basis van spliterwten, en de smaken van overal laten samensmelten.”
Experimenteren, nieuwe pop-ups en projecten opzetten: zijn cv staat er vol mee. Die passie kwam op stoom toen hij na deelname aan de televisiewedstrijd MasterChef Marokko besloot definitief te kiezen voor de keuken. Hij keerde terug naar Frankrijk en meldde zich aan voor een koksopleiding in de stad Montpellier om daarna in Parijs naam te vestigen met POUSH. Een 20.000m2 industriële campus waar 250 kunstenaars het artistieke nieuw leven inbliezen en chef Marouane de Bodega, een plek voor food, festivals en exposities, liet rijzen. ,,Drie jaar heb ik daar met veel plezier mijn koken kunnen verbinden met de wereld van kunst. Ik heb er veel vrienden aan overgehouden, wat me tot de vraag bracht: waarom ga ik food niet méér gebruiken als een middel om te communiceren?”
Zo landde hij eind 2025 in Rotterdam. Ook hier lonkt de kunstscene. Hij is er trots op dat hij tijdens de Rotterdam Art Week die liefde meteen kan botvieren met de speciale happening ‘The Blue Hour’ in Calan Restaurant & Bar. ,,Het voelt alsof alles in Rotterdam samenkomt. Mijn passie voor muziek, uitgaan en ook voor het boksen wat ik sinds mijn 17de beoefen. Helaas meteen een blauw oog gisteren, maar verder gewoon lekker trainen om in shape te blijven.”

————————–
De Spaanse Virgina Morant Gisbert en Portugese Milene Trindade zijn de specialisten in fotorestauratie van het Nederlands Fotomuseum. ,,Tegenwoordig hebben we het in ons vakgebied eerder over stabiliseren, schoonmaken en conserveren. Je kunt een oude foto niet nieuw maken.”
Het Nederlands Fotomuseum heropende in februari in het compleet gerestaureerde rijksmonument pakhuis Santos op Katendrecht. Voor de twee restauratoren betekent het dat op de nieuwe locatie bezoekers letterlijk op hun vingers mogen kijken tijdens de werkzaamheden. ,,Het is uiteraard leuk voor de bezoekers, maar als we bezig zijn met delicate processen hebben we onze maximale concentratie nodig en dat vraagt soms om privacy,” zeggen ze.
Ze kennen elkaar uit ‘het veld’. ,,De wereld waarin wij werkzaam zijn, is niet groot,” zegt Milene, die het oude Lissabon met haar gezin verliet voor een nieuw avontuur in Rotterdam. Virginia arriveerde acht jaar geleden in Nederland toen ze door een mentor werd geattendeerd op een interessante job in het Rijksmuseum in Amsterdam. ,,Scary, ik kende de taal niet en wow… het Rijksmuseum, de tempel van de kunst. Toch, het was de beste plek om te beginnen. Ik heb veel geleerd van collega’s die op dit terrein veel ervaring hebben.”
Na vier jaar lonkte een nieuwe baan, bij het Nederlands Fotomuseum met zijn enorme collectie van meer dan 6,5 miljoen objecten, één van de grootste ter wereld. Milene sloot een jaar later aan en bracht een mooie dosis internationale ervaring mee. Ze studeerde fine art met specialisatie beeldhouwen, maar ging al snel verder met haar groeiende fascinatie voor fotografie die haar onder meer naar Valencia, New York en Parijs bracht. ,,In Parijs mocht ik vanuit atelier ARCP dat voor de gemeente werkt mooie, unieke projecten doen in archieven, bibliotheken en musea.” Nu vormen ze samen het restauratieteam van het museum in Rotterdam. De stad is thuishaven voor Milene, voor Virginia is het ook een thuis.
Bij restauratie wordt gedacht aan het terugbrengen naar de oude staat, maar of dat ook opgaat in de fotografie? Virginia: ,,Heel simpel: een honderd jaar oude foto kan niet ogen als nieuw. De term restauratie heeft zich in de loop der jaren dan ook ontwikkeld. Onze aanpak gaat nu veel meer over stabiliseren, schoonmaken en conserveren, soms een minimale behandeling. We accepteren meer dan toen dat een foto beschadigingen heeft.”
Milene: ,,Een eerste vraag is altijd: wat is het uiteindelijke doel met deze foto? Vaak gaat het om preparatie voor een tentoonstelling, een stabilisatie om het object te kunnen tonen. Hoe lang je ermee bezig bent? Ik snap de vraag, er is geen eenduidig antwoord. We zijn doorgaans met meerdere foto’s of groepen foto’s tegelijk bezig. Als we er diep op ingaan inclusief research misschien een jaar. Soms is het een kwestie van een week.”
Ze houden van het frisse, dynamische karakter in het nieuwe onderkomen aan de Rijnhaven. Virgina: ,,Hier werkt iedereen met en naast elkaar en zijn we allemaal betrokken in het proces.” Voor dit werk verhuisde ze van de hoofdstad naar Rotterdam. Geen makkelijke landing, lacht ze: ,,Het licht op de straten in Amsterdam is romantisch en pittoresk. In de archieven zag ik dat ook Rotterdam voor de Tweede Wereldoorlog zo was, heart breaking. Milene gaf me de tools om met een andere blik naar het nieuwe Rotterdam te kijken.”
Milene: ,,Rotterdam voelt fris en open, een stad die naar de toekomst kijkt. Voor mij heeft dit te maken met het internationale karakter, en ook omdat alle steeds verandert. Rotterdam is een well designed city met een goed cultureel aanbod en schitterende architectuur.”

–
Tekst: Evelien Baks
Foto’s: Onno Kemperman
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #19. Lees het hele magazine hier.
