Internationaal is voor Marianne Lehmbeck de rode draad in haar dagelijks werk én haar levensverhaal. Als Deputy Managing Director van HGK Logistics and Intermodal Nederland beweegt ze zich met schwung tussen Rotterdam, Antwerpen en het Duitse achterland. Tussen binnenvaart, spoor en truck. Tussen talen, culturen en belangen.
Als ze in één zin moet zeggen waar HGK vandaag voor staat in de internationale logistieke keten, antwoordt Marianne Lehmbeck zonder aarzeling: “Van haven tot hinterland brengen wij water, spoor en weg samen in één sterke, betrouwbare logistieke oplossing.” Achter die heldere formulering schuilt een complexe realiteit.
Sinds september 2024 heet neska Container Line officieel HGK Logistics and Intermodal Nederland. “In Duitsland is de HGK-groep, waartoe HGK Logistics and Intermodal Nederland behoort, een gevestigde naam. In de Rotterdamse regio nog niet vanzelfsprekend. Hier bestaan wij al jaren onder andere namen, en met succes. We zijn nu bewust bezig met de branding in de Rotterdam area. Mensen kennen ons, maar nog niet altijd als HGK.”
Wat echt veranderd is? “We kijken nog meer naar synergieën, worden transparanter en delen veel meer met elkaar.” De internationale schaal van de Duitse HGK-groep biedt duidelijke voordelen. “We kunnen profiteren van een uitgebreid netwerk, vaste stromen efficiënter organiseren en investeren in IT die anders niet mogelijk zou zijn.” Tegelijk vraagt die schaal om voortdurende afstemming. “Complexiteit neemt toe en cultuurverschillen tussen Duitsland en Nederland vragen continu goede communicatie.”
Schakel tussen zeehaven en achterland
HGK Logistics and Intermodal Nederland verbindt de zeehavens van Rotterdam en Antwerpen met de Rijn- en Ruhrregio. “Wij zijn de schakel tussen alles. Wij moeten rekening houden met verschillende behoeftes. En aan ons is het om alle partijen tevreden te houden.”
Dat vraagt voortdurend vertalen. “Van alles wat in de zeehaven gebeurt — want die zijn nou eenmaal leidend — moeten wij de vertaalslag maken naar onze collega’s en klanten in het achterland.” Zeehavens, terminals, rederijen, achterlandoperators: iedereen heeft zijn eigen logica. “Iedereen denkt vanuit zijn eigen bubbel. Wat is voor mij hier van belang? En hoe ga ik dat voor elkaar krijgen?” Juist daarom ziet Marianne samenwerking als dé rode draad in moderne logistiek. “Ik merk dat bedrijven minder tegenover elkaar staan en juist meer samenwerken.” Zelfs met concurrenten. “We hebben elkaar echt wel nodig.”
Een concreet voorbeeld is het optreden richting zeehaventerminals. “Het wordt steeds lastiger om met kleine partijen containers aan te komen bij zo’n terminal. Als je met vijftien containers aankomt, ben je eigenlijk een no-no. Dus je moet lading bundelen om überhaupt een tijdvenster te krijgen.” Digitalisering versterkt die ontwikkeling. “Er wordt zoveel informatie met elkaar gedeeld. Je staat samen sterker.”
Meer dan container van A naar B
Volgens Marianne wordt logistiek vaak te simpel voorgesteld. “Heel vaak denkt men alleen maar: breng die container van A naar B. Maar er zitten natuurlijk heel veel partijen tussen.” Als alles goed loopt, is dat bijna onzichtbaar. “Dan is de communicatie goed, zijn er geen vertragingen en kan ieder schakeltje zijn taak doen. Maar er hoeft maar één element te schuiven of de keten voelt het. Denk aan stakingen, vertragingen door hoog- of laagwater, of de ‘last mile’: de truck die uiteindelijk de container moet ophalen bij de terminal. Dat zijn vaak de hobbels.”
HGK ziet zichzelf als een soort regisseur. “Wij moeten alle partijen bij elkaar krijgen. Je kunt nooit iedereen tevreden houden, maar je moet wel overzicht houden.” Technologie helpt daarbij. “Wij zijn ver op IT-gebied. Partijen zoals NextLogic werken graag met ons samen. Die credits hebben we wel verdiend in de afgelopen jaren.”
Duurzaamheid vraagt advies
Intermodaal wordt vaak gepresenteerd als dé efficiënte en duurzame oplossing. Marianne gelooft in die kracht, maar benadrukt dat het altijd maatwerk is. “Aan ons om de klant hierover uitvoerig te informeren. Vaak weten klanten niet wat handig is om op de barge te boeken, wat op de trein en wat op de truck.”
Ze geeft een praktisch voorbeeld. “Je hebt veertig containers. Twee moeten er volgende week echt zijn; die gaan op de truck. Maar de rest kan op de barge. Die mogen ook niet te vroeg zijn, want dan krijg je weer problemen bij het magazijn. Het gaat om een goede mix. Ik wil het geen opvoeden noemen, maar je moet klanten wel meenemen. Soms is het onwetendheid. Als je het goed uitlegt, wordt het automatisch efficiënter én duurzamer.” De truck blijft daarbij essentieel. “Deze zal altijd nodig zijn, juist op de eerste of laatste kilometers – maar zijn rol verandert. Met de duurzamere vervoersmodaliteiten over water en spoor hoeven niet alle goederen van productie tot bestemming uitsluitend over de weg te worden vervoerd.”
Is betrouwbaarheid belangrijker dan snelheid? “Betrouwbaarheid is tegenwoordig veel belangrijker. Uiteindelijk draait alles om efficiënte planning. Tegelijk is de sector afhankelijk van externe factoren. Binnen de HGK-groep wordt daar actief op geanticipeerd, bijvoorbeeld bij nieuwbouw van schepen die beter bestand zijn tegen laagwater. Samenwerking en ervaringen delen maken je bestendig voor de toekomst. Onze business is al lang geen one-man show meer.”

Van Hamburg naar Rotterdam
Het internationale karakter van haar werk sluit naadloos aan bij haar eigen pad. Marianne groeide op in de omgeving van Hamburg. “Ik ben op mijn negentiende in mijn eentje naar Nederland verhuisd. Als au pair. Ik had altijd een zwak voor Nederland. Waarom weet ik niet, want ik was er nooit eerder geweest. Maar als ik Nederlanders tegenkwam, vond ik het altijd gezellig.” Ze leerde binnen twee maanden Nederlands en ging nooit meer terug. “Ik ben nog steeds trotse Duitse, maar noem mezelf vaak ‘Rotterdamse by choice’.” Inmiddels woont ze al jaren in de regio en is ze trotse Feyenoord-supporter.
Werken in de havenlogistiek was geen vooropgezet plan. Na haar au pairjaar had ze een ‘grote mensenbaan’ nodig. Ze kwam terecht bij wat toen nog Alcotrans Container Line heette, het latere neska, nu HGK. “Ik zei altijd: ik ga nooit op kantoor werken. Dat is verschrikkelijk.” Toch greep ze de kans. “Mijn voordeel was natuurlijk dat Duits mijn moedertaal is. De rest viel wel te leren.” Ze begon onderaan. “Ik heb het vak vanaf nul geleerd. Zonder logistieke vooropleiding, met avondopleidingen aan het STC, maar vooral met nieuwsgierigheid en inzet.” Vervolgens groeide Marianne door in operationele en commerciële functies en ontwikkelde ze gevoel voor zowel de praktijk als de strategie. “Je moet kansen krijgen, maar ook grijpen.”
Internationale lessen
Kort wisselde ze HGK in voor een avontuur in Dubai. Het verruimde haar internationale blik verder. “Er waren bijna net zoveel nationaliteiten als medewerkers. Ik dacht vooraf: dit wordt chaotisch. Maar ik was verbaasd hoe respectvol iedereen met elkaar omging.”
Het leerde haar dat niet iedereen op dezelfde manier werkt of communiceert. “Je moet je kunnen verplaatsen in de ander. Iedereen heeft zijn eigen behoeftes.” Dat principe past ze nog dagelijks toe in gesprekken met Duitse en Nederlandse collega’s, internationale klanten en partners.
Culturele verschillen ziet ze nog steeds. “Nederlanders zijn direct, Duitsers formeler.” Maar ze merkt ook verandering. “De jongere generatie Duitsers spreekt uitstekend Engels. En anno 2026 mag ik gewoon ‘jij’ zeggen tegen mijn Duitse CEO. Dat had je vroeger niet voor kunnen stellen.”
Ambassadrice voor de haven
Marianne voelt zich al jaren een soort ambassadrice voor vrouwen in logistiek en scheepvaart. “Ik ben geen voorstander van een vrouwenquotum. Daar gaan mijn nekharen van overeind staan. De juiste persoon moet op de juiste plek zitten vanwege skills, niet vanwege geslacht. Maar het imago van de sector kan beter. Er heerst nog steeds het idee dat je altijd volcontinu in een ketelpak op de Maasvlakte werkt. Terwijl de haven zoveel meer is: IT, finance, ketenregie. De haven is innovatief en internationaal, en belangrijk voor de Nederlandse economie.”
Als ze één dag zou mogen meelopen in de operatie, kiest ze voor een vrachtwagenchauffeur. “Niet alleen omdat ik denk dat ik goed kan rijden”, zegt ze lachend. “Ook vanwege het imago.” Ze ziet te vaak hoe weinig respect chauffeurs krijgen. “Alles wat we eten, dragen of gebruiken, is ooit door een chauffeur gebracht. Dat mag best wat meer waardering krijgen.”
Ruggengraat van morgen
HGK opereert tussen Rotterdam, Antwerpen en Duitsland. Marianne ziet verschillen, maar ook convergentie. “Vroeger bleef Antwerpen achter ten opzichte van Rotterdam. Nu maken ze echt een inhaalslag, vooral op het gebied van planning en systemen.”
In Duitsland ziet ze andere uitdagingen, zoals infrastructuur en spooronderhoud. Toch blijft rail volgens haar essentieel. “Het heeft een traditioneel imago en is complex, maar het is een goed alternatief qua duurzaamheid en betrouwbaarheid. Je moet het alleen goed beheersen.”
Hoe ziet ze intermodaal transport over tien jaar? “Als onmisbare ruggengraat voor betrouwbare, duurzame ketens. Digitale koppelingen, realtime inzicht en ketenregie worden bepalend. Grote volumes via barge en spoor, de truck voor flexibiliteit en de onmisbare schakel voor de ‘last mile’. Maar boven alles: internationale samenwerking. We hebben elkaar meer dan ooit nodig.”
–
Tekst: Debora Plomp
Beeld: Suzanne van Hulst Fotografie | Freight & Friends
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #19. Lees het hele magazine hier.
