De Rotterdamse haven staat op een kantelpunt, dat is bekend. Maar dit is de editie “Positiviteit”. Dus draaien we het om: wat kan er wél? Wethouder Robert Simons (Haven, Economie, Horeca en Bestuur) ziet volop lichtpunten, mits we durven te schakelen. “Alle lichten staan op groen, behalve dat van onze Rijksoverheid.” Maar ook daar is beweging. Tijd om op de knoppen te drukken.
“Om maar positief te beginnen: er zijn enorme kansen voor de Rotterdamse haven”, steekt wethouder Simons van wal. “We beschikken over een diepzeehaven, een sterk industrieel-chemisch cluster en we liggen verankerd in een Europese waardeketen richting Antwerpen en Duitsland. Voeg daar de wind op de Noordzee aan toe en, in de toekomst, SMR’s, kleine modulaire kernreactoren, en je ziet: Rotterdam kan de energiehub van morgen blijven, met meer duurzame producten.”
Tegelijk is de realiteit minder zonnig. “De teller staat op tien”, zegt hij over bedrijven die pauzeren of vertrekken. “En dat zijn niet de kleinste. Het is een wake-up call.” Toch weigert hij het frame van somberheid. “We zitten in een transitiefase. Dáár horen hobbels bij. De vraag is: schakelen we snel genoeg?”
De kracht van het cluster
Simons keert steeds terug naar de kracht van samenhang. “Dat industriële cluster is verbonden met het chemiecluster. Denk aan kerosine voor Schiphol, verbindingen met Antwerpen en Duitsland. Het is efficiënt, concurrerend én toekomstbestendig.” Hij wijst op een vaak vergeten macrofeit: “De industrie is 12 procent van ons bruto nationaal product. Zo’n 750.000 directe banen in heel Nederland; bijna 2 miljoen als je indirecte meetelt. Een kwart van onze welvaart hangt hiermee samen.”
Dat verklaart ook zijn urgentie. “Een mbo’er in de procesindustrie verdient hier een topsalaris. En daar achteraan komen bannen in schoonmaak, transport, onderhoud, consultancy. Vele Rotterdammers verdienen hier hun boterham. Laat die kansen niet weglekken.”
De drie knoppen
Wat moet er dan gebeuren? Simons is helder: “Er zijn drie echte bottlenecks.” Eén: stikstof en vergunningen. Twee: netcongestie. Drie: kosten en regels. Met name nettarieven en het gelijke speelveld.”
Stikstof is de harde rem. “Een voorbeeld? Op het voormalige Alumichemie-terrein staat een bio-kerosinefabriek van 1,5 miljard euro te trappelen. Investering, optie op het terrein, internationale partij, alles klaar. Maar geen vergunning, want geen stikstofruimte na een uitspraak van de Raad van State. Dan ligt het stil.”
Netcongestie kent tenminste een horizon. “Dat kúnnen we oplossen. Maar we moeten prioriteren en versnellen.”
En dan de kosten en regels. “Nettarieven zijn de afgelopen jaren meer dan 50% harder gestegen dan in Duitsland, Frankrijk en België. Subsidieregelingen worden in de landen om ons heen ruimer toegepast, allemaal binnen EU-regels. Wij hebben onszelf uit de markt geprijsd.”

Een speciale status
De oplossingen van Simons zijn verrassend simpel: duidelijkheid, snelheid, uitzonderingen waar het moet. “Wijs Rotterdam aan als speciaal gebied. Geef dispensatie voor een paar groene ankerinvesteringen – projecten met nationaal belang en duidelijke CO2-winst. Laat deze initiatievenvergunningsruimte krijgen zodat ze kúnnen landen. Daarna volgt de rest.” Hij benadrukt: “Het geld ligt op de plank. Bedrijven willen investeren. Geef de vergunning, herstel het speelveld, en we gaan bouwen.”
Niet alles is stil
Wie denkt dat de boel op slot zit, vergist zich. “Shell en Air Liquide bouwen gewoon aan een waterstoffabriek”, zegt Simons. “Walstroom? In Rotterdam hebben we dat versneld geregeld. We hielpen kleinere bedrijven met subsidie, en grote terminals gebruiken nu nationale en internationale regelingen. Minder uitstoot, minder herrie.”
Ook het innovatie-ecosysteem bruist. “Rond de haven barst het van start- en scale-ups, met TU Delft en Erasmus als motoren. Baanbrekende batterijtechnologie komt hier vandaan. Helaas vertrekt een deel van deze bedrijven richting VS of Azië bij opschaling voor meer ruimte en meer risicokapitaal. Maar het laat zien dat de ideeën er zijn en de talenten hier willen zitten.”
Tempo is alles
Simons kijkt ook buiten de landsgrenzen. “De wereld bouwt door terwijl wij praten. In Duitsland zie je besluiten die zich direct doorvertalen naar infrastructuur. In Texas wachten ze niet. In China is de besluitvorming–uitvoering-cyclus veel korter. Als wij treuzelen, vissen we achter het net.”
Tegelijk is de Europese kaart strategisch. “Eurocommissarissen die hier door de haven varen, zeggen: ‘Dit is autonomie; dit móeten we behouden.’ Maar na Green Deals en rapporten moet het doorvertaald worden naar lidstaten. Regels, geld. Dat kost jaren. Zet dus nu nationale versnellers in, juist voor Rotterdam.”
Kleine stapjes gezet
Er is wel beweging, erkent Simons. “Na onze gezamenlijke noodkreet — Deltalinqs, Havenbedrijf, gemeente, provincie — kwamen er Kamerdebatten en Prinsjesdag-maatregelen. Denk aan ondersteuning voor energie-intensieve industrie, aanpassingen in routes voor groene waterstof, geen nationale plasticheffing, pauze op extra CO2-heffing. Een goed begin. Maar het is nog niet genoeg. We moeten doorpakken: vergunningen, net, en kosten. Niet over twee jaar, maar nu.”
Oude is nieuwe industrie
De discussie ‘oude’ versus ‘nieuwe’ industrie vindt Simons achterhaald. “Die grote, nieuwe raffinaderijen niet in Europa? Maar dezelfde bedrijven zijn óók nodig om biofuels, SAF en circulaire chemie te laten landen. Kapitaal, kennis, schaal — die heb je nodig om nieuwe businesscases te bouwen.”
En duurzaamheid dan? “Ironisch maar waar: onze fabrieken zijn vaak efficiënter dan in andere delen van de wereld. Verplaats je productie, dan stoot je daar méér uit en vervoer je grondstoffen extra. Slecht voor klimaat én economie. Dat moeten we niet willen.”
Onderwijs en mensen
Nog een reden om positief te blijven: kennis en vakmanschap. “We zijn wereldberoemd om onze ingenieurs, van mbo tot universiteit. Snijd je industrie weg, dan verschraalt het onderwijs uiteindelijk ook. Dat is zonde van talent én toekomst.”
Een Rotterdams recept
Wat doet de stad zelf? “Alles wat binnen onze macht ligt”, zegt Simons. “Ecosystemen voor start- en scale-ups zijn georganiseerd, walstroom is versneld, bedrijven vinden de weg naar subsidies. We werken schouder aan schouder met Deltalinqs, Havenbedrijf en Provincie Zuid-Holland met concrete oplossingen op tafel. Uniek hoeveel daarvan al is overgenomen. Maar op een aantal knoppen kúnnen wij niet drukken. Rechterlijke uitspraken en landelijke normering, daar hebben we ons aan te houden. Daar is Den Haag echt aan zet.”
De positieve uitsmijter
Aan het eind vragen we om een lichtpuntje. Simons lacht. “Het is niet zo dat alles verloren is. We zitten in een cruciale transitiefase. Met een nieuw kabinet dat dit serieus oppakt, kunnen we de energiehub van Europa blijven, met minder uitstoot en meer waarde. Het kan in Rotterdam. Alle lichten staan op groen, behalve dat van onze Rijksoverheid. Zet dat licht op groen, geef ruimte aan ankerinvesteringen, en Rotterdam levert.”
—
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #18. Lees het hele magazine hier.
