Skip links
Joris Lutz

Vrienden van Sander: Joris Lutz

Share

Joris Lutz (61) is een regelrechte duizendpoot. De geboren Rotterdammer is acteur, maakt muziek en schrijft kinderboeken. Maar hij rijdt ook in een touringcar rondjes door Rotterdam, waarbij hij zijn publiek prachtige anekdotes vertelt over hoe de stad zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. ‘Elke tijd heeft z’n charme. Ik treed regelmatig met mijn gitaar op in Theater Walhalla. Dan plak ik een papiertje met jaartallen van de jaren zestig tot nu op een dartbord. Dan gooi ik het pijltje. Valt-ie op bijvoorbeeld 1985 dan speel ik de hele avond muziek uit dat jaar.’

Jij hebt een heel bijzondere carrière. Je was een jonge twintiger toen je, vanuit het niets, een bekende Nederlander werd toen je een hoofdrol kreeg in de comedy ‘Ha, die Pa!’.

‘Het was begin jaren negentig. Ik was 25 en werkte bij een Italiaans restaurant in de bediening. Elke dag liep in een beetje met borden spaghetti te sjouwen. Ik was van het conservatorium afgegaan, nadat mijn leraar me had verteld dat ik niet goed genoeg was. Mijn ouders dachten: wat moeten we nou toch met Joris? Precies in die periode was mijn vader Luc bezig met een nieuwe comedy voor televisie: Ha, die Pa! Een gezellig familieprogramma over een alleenstaande vader en zijn zoon. Mijn pa speelde de hoofdrol en zijn zoon werd gespeeld door een jonge acteur. Maar die jongen trok zich op het allerlaatste moment terug. Ze hadden een kneiter van een probleem. Toen zei de regisseur: ‘Maar je hebt toch zelf een jonge zoon? Kan hij die de rol niet spelen?’ Mijn pa zei nog dat ik geen acteerervaring had. Waarop de regisseur antwoordde: ‘Dat maakt toch niet uit? In Goede Tijden, Slechte Tijden heeft de helft van de acteurs geen ervaring. Twee uur later stond ik op de set. En dat beviel kennelijk, want ik kreeg die hoofdrol.’

Er keken meer dan een miljoen mensen naar Ha, die Pa!. Hoe veranderde jouw leven toen?

‘Mijn leven werd compleet anders. Opeens werd ik overal herkend. Op straat spraken mensen me aan. En ik moest opeens interviews geven aan kranten. Ik had het voordeel dat ik uit een familie van bekende acteurs kom. Mijn vader had mij al een beetje voorbereid op wat er allemaal op af zou komen. Hij zei: ‘Je komt nu in een gek circus terecht’. Maar ik heb het nooit als vervelend ervaren dat mensen me aanklampten, hoor. Ik vond het eigenlijk wel leuk. Ik kreeg ook opeens heel veel aandacht van mooie meisjes. Ik was 25, dus dat vond ik helemáál niet erg, haha.’

‘Ik werd in die tijd ook gevraagd voor een voetbalteam met allemaal bekende Nederlanders, dat door Nederland trok om vriendschappelijke wedstrijden te spelen. Daar speelde ook Antonie Kamerling in, die in Goede Tijden zat. Nou, wat híj meemaakte was écht ongelofelijk. Antonie was zó populair, dat hij na de wedstrijd moest rennen voor z’n leven. Er holden gewoon tweehonderd hysterische vrouwen achter hem aan. Het leek wel een kudde dolle koeien. Zo erg was het bij mij niet, hoor. Ik speelde in een familiecomedy. Dat was toch anders dan soap-ster. Ik weet nog dat ik aan mijn vrienden had verteld over de hysterie die Antonie en de andere soap-sterren teweeg brachten. Een paar dagen later kreeg ik een brief van een meisje. Ze schreef dat ze mijn grootste fan was. Ze had er een foto bijgedaan waarop ze in haar blote tieten stond. Ik was helemaal van slag. Wat bleek? Het was een geintje van mijn vrienden. Zij hadden die brief gemaakt…’

In hoeverre is humor een rode draad in jouw leven?

‘Lol trappen is mijn levensmotto. Ik wil plezier halen uit alles wat ik in het leven doe. Aan de opnames met Ha, die Pa! heb ik vreselijk veel plezier gehaald. We hebben heel veel gelachen op de set. Dezelfde pret haal ik uit het schrijven van kinderboeken en het voorlezen aan jonge kids. Dan zet ik gekke stemmetjes op en geniet ik van de kinderen die het uitkraaien van plezier. Maar als ik in Theater Walhalla met mijn gitaar in mijn hand sta te zingen, geeft me dat ook enorm veel voldoening. Ik wil mensen blij maken. Dát is, denk ik, mijn drijfveer. Waar dat vandaan komt? Ik lijk in sommige dingen wel veel op mijn vader. Hij was ook van de grappen, de humor en de gezellige reuring. Zelfs op zijn sterfbed kon mijn vader het niet laten om een grap te maken. Vlak voordat hij zijn laatste adem uitblies, fluisterde hij dat-ie een visioen had. We stonden met de hele familie om zijn bed. Ik riep: ‘Iedereen even stil. Pa heeft een visioen!’ Toen zei hij heel droog: ‘Koud biertje!’ Kun je het je voorstellen?! Toen hebben we een biertje voor pa gepakt. Waarop mijn zus zei dat bier niet goed was voor zijn gezondheid. Terwijl ze het zei schoten wed allemaal in de lach. ‘Niet goed voor zijn gezondheid? Pa ligt op sterven…! Ja, mijn vader is nooit een moment saai geweest.’

Je bent een regelrechte duizendpoot. Je hobbelt zelfs met een touringcar vol mensen door Rotterdam en vertelt ze anekdotes over hoe de stad zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Wat krijgt je publiek dan allemaal te horen?

‘Het is eigenlijk een rondreis door de tijd. We rijden door Rotterdam en overal heb ik anekdotes over vroeger en nu. De haven speelt in mijn Rondje Rotterdam een belangrijke rol. Ik vertel bijvoorbeeld hoe onze haven heeft kunnen uitgroeien tot de grootste van de wereld. Maar ook dat de meeste Rotterdamse gezinnen vroeger met 12 mensen in een piepklein arbeidershuisje woonden. De huishoudens waren vaak niet schoon te houden. De gemeente ging eens in de zoveel tijd langs om letterlijk de luizen van de muren te spuiten. Bizar hè? Maar er valt ook heel veel te lachen. Ik doe een quiz met vragen over bijzondere sporters uit het verleden. Van de beroemde Feyenoorders Cor van der Gijp, Coen Moulijn en József Kiprich tot aan Bep van Klaveren maar natuurlijk ook oer-Spartaan Jules Deelder. Het is gewoon een gezellige boel voor volwassenen. Lekker even een paar uur met de bus op tijdreis door onze eigen stad.’

Over tijd gesproken… Wat was voor jouw je fijnste tijd?

‘Oei, dat vind ik een heel moeilijke vraag. Ik heb een heerlijke Dik Trom-jeugd gehad. Mijn ouders lieten me vrij. We woonden in Hillegersberg. Daar speelde ik hele dagen in de weilanden. Voetballen. Ravotten. Mijn ouders hadden niet het beste huwelijk. Ze zijn uiteindelijk ook gescheiden. Maar daar heb ik als kind weinig last van gehad. Op mijn vijftiende heb ik mijn eerste gitaar gekregen. Dat heeft mijn leven vorm gegeven. Ik haal daar tot de dag van vandaag zoveel plezier uit. Ik schrijf eigen liedjes, ik speel tijdens voorleesmiddagen voor de kinderen en ik treed ook regelmatig op voor publiek. Ik ben kind aan huis in Theater Walhalla. Daar vermaak ik de mensen. Soms weet ik van tevoren niet wat ik ga spelen. Ik heb eens een papiertje met jaartallen van de jaren zestig tot nu op een dartbord geplakt. Dan gooide ik het pijltje. En als de pijl dan in 1985 landde, speelde en zong ik de hele avond liedjes uit 1985. De Simpel Minds, Sting, Bruce Springsteen, Bryan Adams… Het publiek doet dan lekker mee. Ik vind het heerlijk om te improviseren en de mensen blij te maken.’

Tot slot. Je hebt onlangs, samen met je vrouw Peggy, een stichting opgericht. Je wilt lezen toegankelijk maken voor alle kinderen van Rotterdam. Hoe ga je dat doen?

‘We gaan met een bus vol boeken door Rotterdam rijden. Met name in de armere wijken van de stad krijgen kinderen van huis uit het belang van lezen minder mee. Er zijn genoeg kids die geen enkel boek in huis hebben. Peg en ik laten de kinderen op een laagdrempelige manier kennismaken met lezen. We gaan met onze boekenbus – Boekie heet hij – voorlezen aan kinderen, maar we geven ook kinderboeken weg. We komen letterlijk het plezier in lezen langsbrengen. En het is voor alle kinderen. Hoe jonger kinderen met lezen in aanraking komen, hoe beter. Maar we zijn er ook voor kinderen van een jaar of 12, die op straat rondhangen omdat het thuis niet zo gezellig is. Zij zijn ook welkom. We maken het extra gezellig. Met een glaasje ranja erbij gaan we lezen. Ikzelf merk aan de kinderen dat ze het heel leuk vinden als ik allerlei verschillende stemmetjes opzet. De kinderen gaan er dan helemaal in op. In het Brabantse Helmond rijdt eenzelfde boekenbus: Blikkie. Zodra de kinderen de bus van afstand zien komen aanrijden, springen ze van vreugde overeind. Alsof de ijscoman eraan komt. Vervolgens gaan ze als kleine kuikentjes om de bus heen zitten luisteren naar de voorlezer. Ik heb er heel veel zin in. John de Wolf wordt een van onze voorlezers. Hoe leuk is dat?’

Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #20. Lees het hele magazine hier.