Skip links
Gewoon doen

Gewoon doen

Share

Ellen de Vos zegt het lachend, maar bloedserieus tegelijk. Ze zegt het zoals ze alles zegt: direct, betrokken, zonder poeha. Misschien is dat precies waarom ze lang aan de top staat bij SBM Offshore en dit jaar finalist werd voor Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar. Niet omdat ze zo nodig bovenaan wilde staan, maar juist omdat ze onderweg nooit vergat mens te blijven.

In het Rotterdamse kantoor van SBM Offshore lopen inmiddels zo’n negenhonderd mensen rond. Toen Ellen tien jaar geleden met haar gezin vanuit Monaco naar Nederland verhuisde om directeur Nederland te worden, waren dat er nog geen vierhonderd. Ze hielp bouwen aan de groei van het bedrijf én aan de cultuur. Aan een plek met een goede vibe. Waar mensen zich veilig voelen, waar deuren openstaan, en iedereen elkaar groet.

Zelf relativeert ze haar nominatie tot Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar voortdurend. “Ik zie het vooral als een eervolle ervaring”, zegt ze bijna verontschuldigend. “Ik ben opgegeven door iemand.” Maar ondertussen symboliseert haar verhaal precies waar de verkiezing voor bedoeld is: laten zien dat er niet één route naar succes bestaat. “Je hoeft niet alleen maar omhoog. Je kan ook een zijweg pakken en dan ben je nog steeds net zo waardevol.”

Dat zij nu finalist is, noemt ze “bijna een soort oeuvreprijs”. Niet omdat ze uitgerangeerd is. Integendeel. Maar omdat ze bewust een andere afslag nam op het moment dat iedereen juist verwachtte dat ze nóg verder omhoog zou klimmen.

Oranje bloed

Ellen groeide letterlijk op tussen de schepen van SBM Offshore. Haar vader werkte 32 jaar voor het bedrijf vanuit Monaco. Als klein meisje liep ze al rond op werven in Singapore en op enorme offshore-schepen. “Ik heb daar nog foto’s van. Dat ik zes jaar oud was en op zo’n schip rondliep. Zonder alle veiligheidsregels die we nu kennen”, zegt ze lachend.

Haar ouders waren Nederlandse emigranten in Zuid-Frankrijk. Daardoor groeide ze tweetalig op, maar studeerde werktuigbouwkunde in Enschede. Daarna ging ze terug naar Monaco, trouwde daar en kreeg haar kinderen. Uiteindelijk begon ze, onderaan de ladder, bij hetzelfde bedrijf als haar vader. Makkelijk maakte dat het niet. “Ik moest mezelf juist extra bewijzen omdat ik de dochter van was. Het was eerder: denk maar niet dat je het zomaar kan.”

Die bewijsdrang bleef lang een motor onder haar carrière. Ellen werkte zich via projectmanagement omhoog naar steeds hogere internationale functies. Eerst General Manager Nederland, daarna Project Office Director Europe, vervolgens Global en vervolgens als Managing Director Global Resources and Services eindverantwoordelijkheid voor alle projectkantoren van SBM Offshore over de hele wereld. En uiteindelijk werd ze een van de Managing Directors binnen de Executive Committee van SBM Offshore.

Bijna rebels

Tot haar lichaam op de rem trapte. Vier jaar geleden liep ze vast. Geen burn-out, benadrukt ze zelf, maar overspannen en totaal uitgeput was ze wel degelijk. “Ik was veel te druk. Veel te veel op mijn bord. Ik ben er zes maanden uit geweest en ik heb alleen maar geslapen.”

Het is misschien wel het meest opvallende aan Ellen de Vos: de openheid en vanzelfsprekendheid waarmee ze daarover praat. Zonder drama. Zonder schaamte. Alsof kwetsbaarheid gewoon onderdeel is van leiderschap. Na haar herstel besloot ze iets wat in de corporate wereld bijna rebels voelt: ze deed bewust een stap terug, tot Directeur Nederland en Global Operational Excellence Director.

Want waarom zou succes alleen maar betekenen dat je hoger en strategischer moet? Waarom zou operationeel werk minder waard zijn dan een directiefunctie? “Uiteindelijk wilde ik het liefst weer terug naar projecten. Met de voeten in de klei. Gewoon weer met teams iets bouwen.”

Dus ruilde ze haar functie opnieuw in voor de dynamiek van een groot FPSO-project, de core business van SBM Offshore. Nu stuurt ze opnieuw een team mensen aan die werken aan een gigantische offshore-installatie, een FPSO. Ze is verantwoordelijke voor het budget, de deadlines, engineering, supply chain en de uiteindelijke bouw in Azië. En ze geniet zichtbaar. “Je hebt een budget, een planning en een einddoel. Dat betekent knallen met z’n allen.”

Open deur

Vraag Ellen hoe collega’s haar zouden omschrijven en haar antwoord komt snel. “Humble. Approach­able. Mijn deur staat altijd open.” Ze gelooft niet in managers die afstand creëren. Mensen moeten fouten kunnen maken, zegt ze. Ze moeten naar binnen durven lopen wanneer iets misgaat. “Ik zeg altijd: kom gewoon bij me. Dan fixen we het samen.” Die menselijke aanpak lijkt ook een belangrijke reden waarom zoveel jonge mensen zich thuis voelen binnen SBM Offshore. Diversiteit is er geen slogan, maar dagelijkse praktijk. Alleen al in Nederland werken 50 verschillende nationaliteiten samen. Meer dan de helft heeft een niet-Nederlandse nationaliteit.”

En vrouwen? Die zijn nog steeds in de minderheid, erkent Ellen. Wereldwijd bestaat ongeveer 23 procent van SBM uit vrouwen. In Nederland zelfs 25 procent. “Voor een technische organisatie een mooi resultaat en we streven naar meer. Natuurlijk werd ik getest, toen ik als jonge vrouw begon. Dan kwam je op site en werden er wat ongepaste grappen gemaakt. Nou, dan lach je gewoon mee en dan is het klaar.” Ze zag vrouwelijke collega’s soms worstelen met die cultuur. Zelf koos ze ervoor zich er niet door te laten definiëren. “Neem het niet allemaal zo serieus dat je vrouw bent.”

Vrijheid
Ondanks haar enorme verantwoordelijkheid klinkt Ellen opvallend licht. Ze lacht graag. En echt veel. “Wanneer ik voor het laatst hard gelachen heb? Gisteren nog.” Dat gebeurde in de parkeergarage van het Groot Handelsgebouw, samen met General Manager Connie Koster. Want naast techniek, teams en projecten blijkt ze stiekem ook een zwak te hebben voor mooie sportauto’s.

De plek waar ze echt tot rust komt ligt niet in Rotterdam, maar aan de Zuid-Franse kust. Daar ligt haar zeilboot. “Dan staat de tijd even stil.” Zeilen is haar vrijheid. Een erfenis van haar ouders, met wie ze vroeger vrijwel elk weekend het water op ging. Nog steeds trekt ze erheen zodra het kan: ankertje uitgooien, zwemmen in zee, een glas wijn bij zonsondergang. “Gewoon genieten. Niet te veel stress.” Misschien is dat ook wat haar levenservaring haar uiteindelijk heeft geleerd. “Perfectie is overrated . Vroeger maakte ik me overal druk om. Alles moest perfect. Dat is ook waarom ik uiteindelijk ben omgevallen.”

Wat ze jonge vrouwen nu vooral wil meegeven? “Go for it. Het komt altijd goed. Als je je dromen wilt volgen, zorg dan dat het thuis goed geregeld is. Pas als die balans er is, kun je echt focussen op wat jou gelukkig maakt. Of dat nu een carrière, sport of andere passie is.” Ze ziet te veel vrouwen twijfelen aan zichzelf. Sollicitaties niet versturen omdat ze niet aan élk puntje voldoen. Zich kleiner maken dan nodig. “Vrouwen, wees toch niet zo onzeker. Mannen lezen die eisen vaak niet eens. Die doen het gewoon.”

Grootste trots

Aan het einde van het gesprek wordt Ellen ineens stiller. Bijna emotioneel. Want uiteindelijk zit haar grootste trots niet in die internationale carrière, die boardroomfuncties of zelfs die finaleplek voor Zakenvrouw van het Jaar. “Ik heb twee dochters. Ze zijn 21 en 19 inmiddels. Zelfstandig. Ambitieus. Gelukkig. “Dat is mijn grootste trots.”

En die podiumplek tijdens de feestelijk prijsuitreiking in het Stadhuis? Natuurlijk ziet ze dat als een eer. “Een bekroning van mijn carrière”, noemt ze het zelfs voorzichtig. Maar belangrijker vindt ze wat het zichtbaar kan maken voor anderen, jongeren binnen en buiten SBM. “Als ik dit kan, dan kan iedereen het. Je kunt alles. Echt. Ook als het even instort. Je kunt het fixen.”

Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #20. Lees het hele magazine hier.