Raymond van Eck is een Rotterdammer met een missie. De CEO maakt met Fairphone niet alleen de eerlijkste maar ook de meest duurzame telefoon ter wereld. De verkoopcijfers van zijn modulaire mobieltjes zijn omhoog geschoten, maar Raymond is pas tevreden als er geen enkel kind meer in de mijnen werkt. Een verhaal over de Don Quichot van de telefoontechnologie. ‘Laatst wilden we koningin Máxima ons product aanbieden. Ze zei lachend: Die heb ik allang. Daar worden we vrolijk van.’
We kennen elkaar al een tijdje. Ik weet dat je letterlijk bent opgegroeid met het Rotterdamse motto ‘Niet lullen maar poetsen’.
‘Dat klopt! Mijn vader werkte in de haven bij een wasbedrijf voor de matrozen die met hun schepen in Rotterdam aanmeerden. Hij waste de kleren en het linnengoed, maar ook de werklaarzen werden schoongemaakt. Om een beetje bij te verdienen, mocht ik af en toe met hem mee. Voor elk paar laarzen dat ik poetste, kreeg ik een gulden, maar eerlijk is eerlijk het was vooral mijn moeder die dat deed. Mijn vader was overigens een slimme zakenman. Er waren meerdere kapers op de kust die de scheepswas wilden doen. Ze vaarden met meerdere bootjes naast de binnenkomende schepen. Mijn pa had voor de kapitein en de matrozen vieze boekjes meegenomen, die hij kocht op de markt in Scheidam. Daar waren ze na een lange reis wel in geïnteresseerd. Als beloning kreeg mijn vader dan de opdracht om de was te doen.’
Jij zit in een heel andere branche: eerlijke en duurzame mobieltjes. Hoe is dat idee ontstaan?
‘Er is veel mis in de telefoonindustrie. In de mijnen in Afrika werken heel veel kinderen onder onveilige en erbarmelijke omstandigheden. Onlangs nog is in Congo een mijn ingestort. Daarbij vielen 200 dodelijke slachtoffers te betreuren, waarvan 70 kinderen. Dat is toch verschrikkelijk. Bovendien worden de mijnwerkers zwaar onderbetaald en gaat het mijnen ten koste van de natuur. Wij vinden dat dit anders moet. Daarom hebben we met enkele partners de Fair Kobalt Alliance opgericht. We werken uitsluitend met mijnen waar geen kinderen mogen werken. De mijnwerkers krijgen een eerlijk salaris. En meer dan de helft van de materialen van de Fairphone is gemaakt van duurzame en gerecyclede materialen. En, nog belangrijker, onze telefoon is modulair. Alles is te repareren en te vervangen. Het wordt geleverd met een schroevendraaiertje. Als na tweeënhalf jaar de batterij aan vervanging toe is, koop je voor drie tientjes een nieuwe. Hoppa, oude eruit, nieuwe erin. Ik heb twee linkerhanden, maar zelfs ík heb het binnen een minuut gefikst. Maar het eerlijke telefoonverhaal gaat verder dan alleen eerlijkheid en duurzaamheid.’
Hoe bedoel je dat? Zijn er nog meer wanpraktijken?
‘O zeker! De mobiele telefoons worden in Azië vaak óók onder erbarmelijke omstandigheden in elkaar gesleuteld. Er zijn fabrieken waar mensen soms wel zestien uur achter elkaar werken. En dat zes dagen per week. Dat is toch onvoorstelbaar? In die fabrieken hangen netten om het gebouw heen om fabrieksarbeiders op te vangen die zo depressief zijn geworden dat ze naar beneden springen. Daar staat bijna niemand bij stil, maar het is de harde werkelijkheid. De Fairphone wordt ook in Azië in elkaar gesleuteld, maar dan onder goede omstandigheden. We zeggen altijd: de Fairphone is goed voor mens en planeet. Er is nog een wereld te winnen.’
Daarvoor is ook een mentaliteitsomslag nodig. Voor veel mensen is hun mobieltje een hypeproduct. Ze willen het nieuwste van het nieuwste.
‘Er worden, hou je vast, elk jaar zo’n 1,3 miljard telefoons geproduceerd. Er zijn meer mobiele telefoons in de wereld dan mensen. Dat is natuurlijk waanzin. Veel telefoonbedrijven werken dit in de hand door een telefoon maar enkele jaren met software te ondersteunen. Zodat de consument steeds weer een nieuwe mobiel aanschaft. Wij gaan daar helemaal tegenin. Wij geven acht jaar software ondersteuning en vijf jaar garantie op onze telefoons. Nu is het zo dat mensen gemiddeld tweeënhalf jaar met hun telefoon doen. De Fairphone gaat met gemak zeven jaar mee. En hij is óók nog eens ruim de helft goedkoper dan de gemiddelde iPhone of Samsung.’
Hoe kan het dan dat niet iedereen voor een Hollandse Fairphone kiest, maar voor een internationale merktelefoon?
‘Die omslag is nu gaande. We hebben de tijdgeest mee. Steeds meer mensen kopen bewuster. We willen allemaal de wereld een beetje beter maken. Maar daarbij willen mensen geen concessies doen aan hun gebruiksvoorwerpen. Dat is volkomen begrijpelijk. Toen Fairphone in 2013 van start ging, konden we met onze telefoon niet concurreren met de grote merken. Onze telefoon was toen simpelweg niet goed genoeg. Het was wel een smartphone, maar de camera liet bijvoorbeeld echt wel te wensen over. Er is door de jaren heen veel gebeurd. We hebben nu het model Fairphone Gen. 6. Dat is een uitstekend apparaat en is concurrerend met de iPhones en Samsungs van deze wereld. Dat verhaal doet snel de ronde, want onze huidige Fairphone heeft geweldige recensies gekregen. Ook het zeer kritische platform Tweakers beveelt onze mobiel aan. Het heeft ervoor gezorgd dat we in het laatste kwartaal van afgelopen jaar 83 procent meer omzet hadden dan in dezelfde periode het jaar ervoor. We zijn een volwassen product geworden. Mensen kopen onze telefoon niet meer alleen voor een betere wereld, ze wíllen hem vooral ook hebben omdat het een heel goede telefoon is. Nóg een reden waarom ik denk dat we in de lift zitten, is dat mensen door alles wat in de wereld gebeurt steeds Europeser gaan denken. We willen een product dat uit Europa komt. Minister Karremans riep het laatst nog in de Tweede Kamer.’
Behalve de telefoon maakt Fairphone ook eerlijke en duurzame oortjes en koptelefoons.
‘Voor ons is dat niet meer dan logisch. Het is toch van de zotte dat als je je linker oortje kwijt bent, dat je dan meteen een heel nieuw setje moet kopen? Wij leveren dan voor een klein bedrag één oortje. En we proberen onze concollega’s hiermee te inspireren om hetzelfde te doen. Het is een slagschip, maar we krijgen de boel langzaam in beweging. Sinds een tijdje is ook Google, Tesla en Glencore aangehaakt bij onze Fair Kobalt Alliance. Dat zijn mooie overwinningen. Uiteindelijk hebben we maar één planeet. We zullen er met z’n allen voor moeten zorgen dat we die met respect behandelen.’
Dan lachend: ‘Ik heb overigens nog een mooie anekdote over de Fairbuds. Zo heet onze koptelefoon. Op ons kantoor werden we vereerd met een bezoekje van onze koningin Máxima. We wilden haar een koptelefoon cadeau geven. Ze keek ons aan en zei: ‘Die heb ik allang’. Dat was wel een leuk moment.’
Fairphone heeft meerdere prachtige prijzen gekregen. Onlangs was jullie telefoon nog genomineerd voor de GLOMO, de Oscar onder de mobiele telefoons. Denk je nog weleens aan het jongetje dat in de Rotterdamse haven laarzen stond te poetsen?
‘Jazeker! Ik rijd zelfs regelmatig naar de Rotterdamse haven toe om even mijn hoofd leeg te maken. Dan maak ik een wandelingetje met uitzicht op die grote zeeschepen. Ik voel mij thuis in de Rotterdamse haven. Het maakt me ook trots. We hebben met onze haven connecties met de hele wereld. Dat is toch machtig mooi. Dat internationale vind je ook terug in ons bedrijf. Er werken bij ons meer dan dertig verschillende nationaliteiten. Russen en Oekraïners werken bij ons vredig samen. Maar ook Iraniërs en Israëliërs. Indiërs en Pakistaanse mensen. Chinezen en Taiwanezen. Ik denk dat Fairphone een voorbeeldbedrijf is. En daar mogen we met z’n allen best trots op zijn.’
Tot slot: je bent zelf ook heel internationaal. Je reist voor Fairphone de hele wereld over. Neem je dan, net als je vader, ook vieze boekjes mee om mooie dealtjes te sluiten?
‘Haha, nee hoor. Ik hou het bij stroopwafels. Als ik reis, zitten die standaard in mijn tas. Maar het effect is hetzelfde. Die vinden mensen zo lekker, dat ik bij elke onderhandeling met 1-0 voorsta.’
–
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #19. Lees het hele magazine hier.
