Rotterdam Insight-journalist Sander de Kramer reisde onlangs af naar Oekraïne voor een letterlijk hartverwarmende actie. Hij bracht er meer dan 11.000 kachels naar oorlogsslachtoffers die in temperaturen van -28 graden moesten overleven. Zonder elektriciteit in vaak kapotgeschoten huizen.
‘Oekraïne vreest zwaarste winter ooit’, kopte de krant in november 2023. De oorlog met Rusland had inmiddels z’n tol geëist. Tienduizenden mensen woonden in kapotgeschoten huizen, de elektriciteitscentrales waren bewust door de Russen onder vuur genomen. De striemende kou in winters Oekraïne, waar het kwik kan zakken tot dik onder de -20 graden, werd door Poetin ingezet als oorlogswapen. Rusland wilde de beresterke moraal van de Oekraïners breken.
Ik las het met een open mond van verbazing. De burgemeester van Kiev, de wereldberoemde voormalig bokskampioen Vitali Klytsjko, maakte zich grote zorgen. De meest kwetsbare mensen in zijn stad, zoals ouderen en mensen met een beperking, zouden weleens letterlijk kunnen doodvriezen.
Het krantenbericht liet me niet los. Het was mijn moeder, die mij op 7-jarige leeftijd had meegenomen naar een demonstratie voor indianen, native Americans, die van hun land werden gejaagd omdat er dure mineralen in de grond waren ontdekt. Tijdens dat protest leerde ze mij mijn belangrijkste levensles. ‘Als je onrecht ziet, jongen, sta er dan tegen op! Waar ook ter wereld.’
Met die boodschap in mijn achterhoofd, was ik ooit naar het West-Afrikaanse Sierra Leone gegaan om piepjonge weeskinderen uit de diamantmijnen te redden, die van ’s ochtends tot ’s avonds voor een habbekrats naar edelstenen groeven. Later toog ik naar Ethiopië om met hart en ziel te strijden tegen kindhuwelijken. En op Sumatra ben ik, met een camera, achter de illegale houtkappers aangegaan, die elke dagen honderden voetbalvelden oerbos omver maaiden om het te gebruiken voor de verpakkingsmaterialen van kinderspeelgoed. Maar nu was het zo dichtbij. In Oekraïne, op iets meer dan twee uur vliegen, vond zo’n enorm onrecht plaats. Ik móést iets doen.
Al een dag later zat ik aan tafel met een Oekraïense dominee, die gevluchte vrouwen en kinderen onderbracht in een kerk in Almelo. Wat kon ik doen? Dominee Archill vertelde me dat de mensen kachels nodig hadden. Anders zouden weleens duizenden mensen kunnen doodvriezen. De actie Kachels voor Oekraïne was geboren. Met een touringcar, een vuistjevol in allerijl opgetrommelde vrijwillige chauffeurs én 400 gaskachels hobbelden we naar het Oosten. Naar Oekraïne. In de zwaar getroffen stad Boetsja stapte ik binnen bij een kapot gebombardeerde flat.
Ik ontmoette de jonge moeder Julia en haar 9-jarige dochtertje Masha. De ravage in huis was enorm. Het was -7 en er was geen raam meer heel. Overal lag glas, ik kon door de gaten in de muren naar buiten kijken. En het meest trieste: Masha had bij het bombardement haar vader verloren. Daar stond ik dan met mijn kacheltje in mijn handen en een voedselpakket. Nooit eerder had ik mij zo nederig gevoeld. Maar Julia viel mij snikkend in de armen en zei: ‘Jij bent met gevaar voor eigen leven helemaal uit Nederland gekomen om ons te helpen. Dit betekent zo ontzettend veel voor ons.’ Dominee Archill ging voor in het gebed en we namen afscheid.
Bij thuiskomst was ik dagenlang niet van de buis te knuppelen. Ik vertelde over de actie en Julia en Masha werden de gezichten van het kachelproject. Wat er toen gebeurde, overtrof mijn stoutste verwachtingen. Het halve land doneerde een kacheltje voor de koukleumende oorlogsslachtoffers in Oekraïne. Kinderen wasten, in ruil voor een donatie, auto’s in de buurt. Een kapper uit Utrecht knipte een week lang z’n klanten en stortte al z’n inkomsten naar de rekening van onze stichting. Kerken hielden massaal collectes. En gedetineerden in Nederlandse gevangenissen stonden zij aan zij kachels in elkaar te timmeren.
Onlangs ben ik teruggekomen van mijn vijfde bezoek aan Oekraïne. 35 vrachtwagens tjokvol kachels, warme slaapzakken en ook generatoren voor ziekenhuizen zijn in de oorlogsgebieden uitgedeeld. 11.000 gaskachels en duizenden dikke slaapzakken hebben, via het fijnmazige netwerk van samenwerkende kerken in Oekraïne, hun weg gevonden naar mensen die het nodig hadden en nog steeds hebben.
Het was een missie die niet zonder gevaar is. De afgelopen weken zijn we Kiev, Charkov en Cherson hele nachten lang onder vuur genomen. Het angstaanjagende geluid van het luchtalarm klonk in sommige steden bijna aan één stuk door. Wat kun je doen? Bidden. Voor een goede afloop. En zoveel mogelijk mijn kogelwerend vest en helm dragen.

De raketten en bommen vlogen ons vorige week letterlijk om de oren. Bij een extreme temperatuur van -28 graden Celsius. Een kou die op je longen slaat. Wie de warme auto uit stapt, begint te hoesten. Verder doet je gebit pijn, je haar bevriest en je oren zijn in no-time gevoelloos. De auto moest om de paar uur worden gestart, anders bevriest de benzine. Iets dat twee van onze vrijwilligers overkwam. In die ijzige kou lieten we de ene na de andere vrachtwagen vol warmte letterlijk van Nederland naar Oekraïne kachelen. En telkens de afweging: wie hebben de kachels of slaapzakken het allerhardst nodig? Hanna bijvoorbeeld.
Het complete flatgebouw was door een Russische raket geraakt en eigenlijk onbewoonbaar gemaakt. Hanna’s gezicht zat onder het bloed. Ze was vlak voor de knal op haar kleinkinderen gaan liggen. Ze offerde zichzelf op om hun levens te redden. Hanna overleefde wonderwel, veel van haar buren helaas niet. Toen ze mij met mijn kachel naar binnen zag kuieren, werd het haar te veel. Ze huilde. ‘De Russen zijn broeders en zusters. We spreken dezelfde taal en hebben hetzelfde geloof. We kunnen nog steeds niet geloven dat ze ons dit aandoen.’ Vervolgens beende Hanna tussen al het puin naar een houten kast of wat daarvan over was. ‘Je bent zo lief. Dit is mijn enige bezitting: een flesje wodka. Ik wil dat je het aanneemt, zodat je nog eens aan mij denkt.’

In Kiev wachtte mij een grote verrassing. Burgemeester Klytsjko had van onze actie gehoord en wilde me graag ontmoeten. In het stadhuis stond de koffie bruin. Klytsjko sprak, tussen alle inkomende telefoontjes door, zijn bewondering uit voor ons kachelproject. ‘Thank you so much, Sander! We really appreciate this so much.’
Toen ik de burgemeester een sheltersuit liet zien, een warme slaapzak die is uitgevonden voor dakloze mensen, schoot Klytsjko overeind. ‘Kunnen we er hier duizend van krijgen? Deze slaapzakken gaan levens redden van heel veel mensen in Kiev.’ Ik knikte. Klytsjko greep naar z’n telefoon. Vijf minuten later was ik onderdeel van een spoedvergadering. Een uur later stond ik in een zorgcomplex, waar meervoudig gehandicapte kinderen woonden. Ik zag een jong meisje met open mond liggen. Ze kon zich niet bewegen. -28, geen elektriciteit en je niet kunnen verroeren… dan heb je alle ingrediënten om de nacht niet te overleven. Haar ouders begonnen spontaan te juichen toen de sheltersuits werden binnengebracht. Er werd nog maar weer eens gebeden en de nationale televisie, door Klytsjko op mijn pad gebracht, kwam langs om me te interviewen.
Drie dagen later zat mijn vijfde bezoek aan Oekraïne er op. Het was tijd om weer op huis aan te gaan. Burgemeester Klytsjko appte dat hij me nog even wilde zien. We gaven elkaar een omhelzing, ik vertelde dat ik hem zo waardeerde omdat ik zag dat hij zich het snot voor z’n ogen werkte om de inwoners van Kiev te beschermen. Opeens trok hij de badge die op de mouw zat van zijn militaire pak. ‘Dit is Sint Michael, de beschermheilige van Kiev’, sprak de oud-bokskampioen. ‘Deze is voor jou…’
Mijn reis toonde weer eens hoe dankbaar de Oekraïners zijn. En dat ze over een ongelofelijke hoeveelheid veerkracht beschikken. Waar halen die mensen de veerkracht vandaan, terwijl de Russen ze nacht na nacht permanent met bombardementen de schuilkelders in jagen en de mensen opzettelijk in de kou zetten? Die vraag stelde ik mijzelf vaak. Het antwoord kreeg ik in een revalidatiecentrum voor gehandicapte oorlogsveteranen. Ik zag er allemaal ‘halve mensen’. Mensen die aan het front soms twee en soms wel drie ledematen waren kwijtgeraakt.
Op de grond lag een deurmat, met daarop de afbeelding van Poetin. ‘We vegen hier onze voeten met hem af.’ Oleg, een veteraan met nog maar één been, keek me aan en zei: als ik straks mijn prothesen heb, ga ik terug naar het front. Ik zal blijven strijden, voor volk, vaderland en Onze Lieve Heer.’
–
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #19. Lees het hele magazine hier.
