Rotterdam staat midden in een enorme transitie. De haven, als kloppend hart van energie, industrie en economie, maakt zich op voor een toekomst waarin duurzaam produceren en betrouwbaar leveren hand in hand moeten gaan. Juist in die complexiteit ontstaat ruimte voor leiders die kunnen verbinden, koers houden en perspectief bieden.
In het Rotterdams Jaar van de Vrouw spreken we met twee van die leiders: Hanna van Luijk (Site Director Neste) en Dyonne Rietveld (Country Chair Uniper Benelux). Ze laten zien dat positiviteit een keuze is.
KOERSVAST
De energietransitie brengt spanning, ambities, onzekerheid en vooruitgang tegelijk. In die dynamiek kiest Dyonne Rietveld, Country Chair van Uniper Benelux, bewust voor een helder uitgangspunt: vertrouwen. Vertrouwen in nieuwe technologie, in beleid dat kan meebewegen, maar vooral in de mensen die elke dag zorgdragen voor een betrouwbare energievoorziening. “Er gebeurt al ontzettend veel in de haven. We mogen best vaker laten zien wat er wél lukt.”
De afgelopen maanden klonk er regelmatig een zwaar geluid over de toekomst van de Rotterdamse haven: investeringen die opschuiven, onzekere beleidskaders, druk op industrie en energievoorziening. Dyonne Rietveld, Country Chair van Uniper Benelux, ziet dat ook.
Vooruit bewegen
“Urgentie benoemen is nodig, dat doe ik zelf ook, want het zet dingen in beweging. Maar hóe we het gesprek voeren, maakt verschil. Je kunt zeggen: als dit niet verandert, gaat de boel dicht. Je kunt ook zeggen: als we elkaar helpen met de juiste randvoorwaarden, kunnen we iets heel waardevols opbouwen. Dat tweede heeft meer toekomst in zich.” Voor Dyonne is positiviteit een manier van vooruitbewegen.
Dat positieve perspectief zie je terug in hoe ze haar rol vervult, zowel zakelijk als persoonlijk in haar gezin.” Ik wil mijn zoon laten zien dat het oké is ergens hard voor te werken en verantwoordelijkheid te nemen. En uitleggen waarom dat belangrijk is.” Dyonne lacht: “Niet op het niveau van ‘de Europese energiemarkt’, maar gewoon: als we samen willen leven zoals we nu leven, dan moeten we ervoor zorgen dat er energie is die schoon, betrouwbaar en betaalbaar is.”
Fossiel versus duurzaam
Wanneer de markt schommelt of geopolitiek schuurt, komt die basisvraag steeds terug: kunnen we energie leveren? Betrouwbaar en betaalbaar? In het antwoord is Uniper een sleutelspeler. “Ik ben ongelofelijk trots op onze mensen. Als het spannend wordt in het systeem, als gas duur is of onzeker, dan stáán zij daar. Ze draaien extra shifts in de kolencentrale, passen installaties aan, houden centrales stabiel. Ze voelen dat hun werk ertoe doet. Dat maatschappelijke bewustzijn, dát typeert ons.”
Dit maakt dat Dyonne het maatschappelijk gesprek over fossiel versus duurzaam altijd in context plaatst. “We bewegen naar schonere energie. Maar die omslag maken we niet in een leeg landschap. De industrie draait door terwijl we veranderen. Dat vraagt vakmanschap en respect voor wat nu nog nodig is.”
Regelbaar vermogen
Veel publieke discussies focussen op doelen: 2030, 2040… “Maar de energietransitie gaat niet alleen over nieuwe technologie of CO2-reductie. Het gaat over het in de lucht houden van een heel netwerk dat 24/7 moet werken.” In de komende jaren worden kolencentrales uitgefaseerd en verouderde gasgestookte eenheden vervangen. Dat vraagt keuzes. “We moeten heel serieus kijken naar regelbaar vermogen. Want als je flexibiliteit en stabiliteit in het elektriciteitsnet wilt houden, moet je die capaciteit organiseren.”
Volgens haar kan één beleidsmaatregel direct verschil maken: “Een helder capaciteitsmechanisme. Daarmee geef je voorspelbaarheid in inkomsten en dat trekt nieuwe investeringen los. Dat is essentieel om het systeem betrouwbaar te houden tijdens de transitie.”
Geloof in groene waterstof
De plannen voor de bouw van een elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op de Maasvlakte zijn voor Uniper meer dan een ambitie: het is een logische stap. “We geloven in groene waterstof voor de industrie. Dat is waar de grote CO2-reducties te behalen zijn. We zitten op de plek waar offshore wind aan land komt, met ruimte, infrastructuur en aansluiting op toekomstige pijpleidingen. Alle ingrediënten zijn er. Als het hier niet kan, dan kan het nergens.”
De uitdaging zit niet alleen in techniek, maar in betaalbaarheid en afnemers die zekerheid zoeken. De voortgang van de Delta Rijn Corridor is daarbij een sleutelfactor: “Produceer je waterstof in Rotterdam, dan moet je kunnen leveren aan de industrie in heel Nederland én tot in Duitsland.”
Koers houden vraagt volgens haar twee dingen: focus en flexibiliteit. “We houden vast aan het einddoel. Maar we bouwen het project zo dat we slimme stappen kunnen zetten onderweg: modulair schalen, techniek verbeteren, meebewegen met markt en regelgeving. Je moet het eindpunt helder houden, maar niet star worden.”
Samen koers houden
Veel bedrijven in de haven zitten in een transitiefase: bestaande processen veranderen, functies verschuiven, toekomstbeelden bewegen mee. Wat deze fase voor medewerkers betekent, neemt Dyonne uiterst serieus. “Verandering vraagt niet alleen techniek, maar ook zorg. Het is nooit alleen een bedrijfsvraag. Het gaat over mensen. Over vakmanschap, trots en toekomst. Mensen hebben behoefte aan perspectief, erkenning en eerlijkheid. Ik kan niet alles voorspellen. Wat ik wél kan doen: open zijn over onzekerheden, zorgen voor scholing, ontwikkeling en vangnetten, en laten zien dat we samen koers houden.”
Schoppen in de grond
Hoe hoopt ze dat we over vijf jaar terugkijken op deze fase van de Rotterdamse haven? “Ik hoop dat we dan kunnen zeggen: we hebben de basis zorgvuldig behouden én we hebben iets nieuws opgebouwd. Dat er op veel plekken schoppen in de grond staan. Dat de waterstofketen zichtbaar vorm krijgt. Dat Rotterdam laat zien dat het dé toegangspoort tot Europa blijft, maar dan voor de energie van de toekomst.”
En persoonlijk? “Dan hoop ik dat mijn mensen kunnen zeggen: er is goed voor ons gezorgd. Dat we samen zijn blijven groeien, ondanks de onzekerheden. En dat we trots kunnen zijn op wat we met Uniper hebben opgebouwd.”

VORMGEVEN AAN VERANDERING
Hanna van Luijk leidt de raffinaderij van Neste — een wereldspeler in hernieuwbare brandstoffen. Terwijl elders projecten in de Rotterdamse haven worden stilgelegd, bouwt haar team aan de uitbreiding van de Rotterdamse site: een investering van ruim 2,5 miljard euro die de productie van hernieuwbare brandstoffen bijna verdubbeld.
“Ik vind het heel leuk om dingen vorm te geven”, begint Hanna. “Niet alleen gebouwen of fabrieken, maar ook organisaties. Mensen denken vaak: zo’n site loopt wel, alles is op orde. Maar alle uitbreidingen en projecten die we nu aan het doen zijn, betekenen ook dat we zaken moeten herinrichten, zodat ze passen bij de nieuwe dynamiek. Dat proces — het puzzelen, het neerleggen van de stukjes op een andere manier — dát geeft mij energie.”
Maatschappelijk relevant
Hanna heeft een achtergrond in technische bestuurskunde en chemische technologie. Na zestien jaar in de operatie bij General Electric Plastics (later Sabic), stapte ze in 2020 bewust over naar de duurzamere kant van de industrie. “Ik wilde iets doen wat maatschappelijk relevant is, op een positieve manier bijdragen aan de samenleving. Dat gevoel heb ik bij Neste zeker.” Na een periode in de recyclingwereld kwam ze in 2023 bij Neste terecht. “Het is de perfecte combinatie van iets nuttigs doen met afvalstoffen én werken in een industrie met buizen, tanks en techniek — iets waar ik enorm van houd.”
Koploper in een uitdagende markt
Neste is wereldwijd marktleider in hernieuwbare brandstoffen zoals duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) en hernieuwbare diesel (HVO), die duurzamere alternatieven voor fossiele brandstoffen zijn. Neste liep al ver voorop toen ‘duurzaam’ nog geen modeterm was. “In de jaren negentig ontwikkelde Neste al de technologie die we vandaag in onze raffinaderij gebruiken. Dat getuigt van visie én durf. Je moet geloven dat de markt er straks zal zijn, nog voordat dat zo is.” Rotterdam speelt daarin een sleutelrol. “Sinds 2011 draaien we hier, en na een moeilijke start is het bedrijf gegroeid, professioneler geworden en steeds beter gaan draaien. Nu bouwen we aan een forse uitbreiding, midden in een uitdagende markt. Maar we doen het wél. En dat zegt iets over onze overtuiging.”
Het klinkt bijna wrang, maar in de huidige marktdynamiek is het voor Neste nét iets makkelijker om goed personeel te vinden. Er zijn de afgelopen anderhalf jaar veel bedrijven stilgevallen of gesloten. Het is fijn dat ervaren mensen bij ons weer een plek vinden. Uiteindelijk is dat ook positiviteit: dat je werk en vakmanschap kunt behouden, in een sector die zich opnieuw uitvindt.”
Motivatie en samenwerking
Wat Hanna drijft, is niet alleen technologie maar vooral de mensen erachter. “In een technische omgeving denken mensen al snel dat verbetering zit in een extra reactor of pomp. Maar je wordt nooit beter dan je ‘asset capability’ — en wel slechter als je de mensen, processen en cultuur eromheen niet goed vormgeeft. Succes gaat net zo goed over motivatie en samenwerking.”
De raffinaderij van Neste in Rotterdam groeit hard: van ongeveer 150 medewerkers naar bijna 400 in drie jaar tijd. “Twee derde van de mensen zit nog geen twee jaar in hun rol. Dat vraagt veel aandacht. Je bouwt tegelijk aan structuren, processen en cultuur. Dat is waanzinnig leuk, maar ook intensief. En dat is precies wat ik graag doe: vormgeven aan groei.”
Vertrouwen in de toekomst
De energietransitie vraagt, naast technologie, ook politieke durf, vindt ze. “Om investeringen los te trekken, moet je weten dat je je product kunt verkopen. Ondersteunend overheidsbeleid, zoals regelgeving over bijmenging van duurzame brandstoffen is daarbij essentieel. We hebben ambitie nodig en een voorspelbaar beleid dat vertrouwen geeft om te investeren en de essentiële randvoorwaarden daarvoor schept.”
Toch blijft ze optimistisch. “Dat ben ik van nature”, lacht ze. “Dat helpt meestal, al zit het soms ook in de weg. Maar ik geloof dat we in Rotterdam de toekomst echt kunnen vormgeven. Niet door te blijven hangen in wat niet meer werkt, maar door keuzes te maken. We moeten de energietransitie versnellen, niet afremmen.”
Ze vergelijkt de industrie in de haven met een Jenga-toren. “Je kunt niet te veel blokjes eruit trekken zonder dat de toren instort. Dus moeten we investeren in de basis: infrastructuur, mensen, en bedrijven die essentieel zijn voor de economie van morgen. We kunnen niet concurreren met fossiele industrie in bijvoorbeeld het Midden-Oosten, maar we kunnen in Europa wél de duurzaamste zijn. En daar ligt onze kracht.”
Leiderschap met lef
Als leider ziet Hanna haar rol vooral in het brengen van helderheid. “We zitten midden in een gigantische operatie: een tweede raffinaderij bouwen, een bedrijf integreren, meerdere projecten tegelijk uitvoeren.” Mensen hebben dan richting nodig, maar ook eerlijkheid. “Ik weet niet alles”, zegt ze nuchter. “Maar ik kan wel bepalen wat nu prioriteit heeft, en daarmee de volgende stappen zetten. Dat is leiderschap in tijden van verandering.”
Terwijl sommige spelers in de haven hun duurzame plannen on hold zetten, blijft Neste investeren. Dat zorgt soms voor vragen, zelfs intern. “Mensen vroegen: als anderen stoppen, waarom doen wij dit dan wel? Het eerlijke antwoord: er is onzekerheid. Maar als er íemand is die dit kan, zijn wij het. Bij Neste snappen we de technologie, de keten en de markt. Dat geeft vertrouwen.”
Goed gedaan met elkaar
En wat wil Hanna bereikt hebben over vijf jaar? Ze glimlacht en zegt met kenmerkende nuchtere positiviteit: “Als onze nieuwe raffinaderij dan draait, en mensen terugkijken en zeggen: potverdikkie, wat was het uitdagend, maar wat hebben we dit goed gedaan met elkaar, en wat was dit leuk, dan ben ik tevreden. Professioneel én persoonlijk. We bouwen letterlijk én figuurlijk aan een duurzamere toekomst. En dat is iets om trots op te zijn.”
—
Unipiper
Capelseweg 400
3068 AX Rotterdam
security.roca@uniper.energy
www.unipiper.energy
—
Neste
Antarcticaweg 185
3199 KA Maasvlakte Rotterdam
media@neste.com
+358 800 94025
www.neste.com
Dit is een artikel uit Rotterdam Insight #18. Lees het hele magazine hier.
